Op deze pagina laat ik u een aantal foto's zien van de vogels die op dit moment in mijn vogelverblijf aanwezig zijn. De meeste foto's heb ik zelf gemaakt op de locatie waar de vogels verblijven. De fotogalerij zal worden aangepast als er weer nieuwe vogels hun entree maken.

Daarnaast vindt u korte omschrijvingen van de vogels met hun Nederlandse en wetenschappelijke naam.

Meer informatie over deze vogels en alle andere Afrikaanse astrilden, Australische amadines, Papepaai-amadines, Bronzemannen, Nonnen, Ekstertjes en Rietvinken kunt u vinden in mijn boek PRACHTVINKEN IN BEELD.

Meer informatie over het houden en kweken van deze vogels vind u in het boek KWEKEN VAN PRACHTVINKEN. Kijk hiervoor op de homepagina van deze website onder Publikaties.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hier bij elkaar: natuurbroed jonge Wijnrode amaranten, Rode Druppelastrilden, Roze druppelastrilden (Parelastrilden) en Purpergranaatastrilden.



-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nigrita bicolor
Bruinborstastrilde

Ondersoorten: Nigrita bicolor bicolor en Nigrita b. brunnescens.
Herkomst: Guinee, Sierra Leone, Liberia, Ivoorkust, Ghana, Togo, Benin, Z. Nigeria, Kameroen, Gabon, N. Angola, Centraal-Afrika, Congo, Dem. Repl. Congo (Zaïre), Oeganda, Rwanda en Burundi.
Grootte: ca. 11 cm.



Deze vogels eten geen zaden, maar leven in de natuur van insecten. Ze worden in conditie gehouden met insecten of diepvries vliegenmaden, buffalo- of meelwormen en insectenpatee. De patee wordt verrijkt met stuifmeelpoeder en rul gemaakt met rode palmolie. De palmolie bevat zeer veel caroteen en vitamine E. Ook eigengemaakt Aves krachtvoer wordt prima gegeten. Dagelijks bijvoeren. Fruit, zelfs exotisch, laten ze staan.

Ik heb helaas nog maar 1 man Bruinborstastrilde. De vogel is naar een kennis verhuisd die een dicht begroeide tropenkas heeft. Als iemand nog een popje weet...

Hieronder een nestje dat eerder door een paartje werd gebouwd in een halfgesloten nestkastje.



-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uraeginthus bengalus
Blauwborstastrilde (blauwfazantje)

Ondersoorten: Uraeginthus bengalus bengalus, Uraeginthus b. brunneigularis, Uraeginthus b. katangae, Uraeginthus b. littoralis, Uraeginthus b.ugogoensis.
Herkomst: Mauritanië, Senegal, Gambia, Mali,, Ghana, Niger,, Kameroen, Tsjaad, Centr. Afr. Repl., Soedan, Ethiopie, Oeganda. Kenia, Tanzania, Dem. Rep. Congo en Zambia.
Grootte: 12 cm.



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel. Zo nu en dan wat eivoer. Tijdens de opfok levend voer.

Deze vogeltjes vliegen meestal vrij laag, van struik naar struik. Over het algemeen leven ze in paartjes of in familieverband, soms in wat grotere zwermen. Tijdens het kweken niet samen houden met soortgenoten.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uraeginthus angolensis
Angola Blauwborstastrilde (Angola blauwfazantje)

Ondersoorten: Uraeginthus angolensis angolensis , Uraeginthus a. cyanopleuris, Uraeginthus a. natalensis, Uraeginthus a. niasensis.
Herkomst: Angola, Zambia, Dem. Rep. Congo, Zuid-Afrika, Zimbabwe, Botswana, Tanzania, Malawi, Mozambique.
Grootte: 12 cm.



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel. Zo nu en dan wat eivoer. Tijdens de opfok levend voer.
Het zijn geen hoogvliegers. Ze vliegen meestal vrij laag, van struik naar struik. Vaak in paartjes of in familieverband, soms in grotere zwermen. Deze soort komt nog maar weinig voor in onze avicultuur.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Uraeginthus cyanocephalus
Blauwkopastrilde (blauwkop blauwfazantje)

Ondersoorten: Geen.
Herkomst: Z. Somalië, Z. Ethiopië, Kenia, N. Tanzania.
Grootte: 13-14 cm.



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel. Zo nu en dan wat eivoer. Tijdens de opfok levend voer.
Deze vogels vliegen meestal vrij laag, van struik naar struik. Vaak in paartjes of in familieverband. Ze zijn goed te houden in een gezelschapsvolière. Tijdens het kweken niet samen houden met soortgenoten.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Granatina granatina
Granaatastrilde

Ondersoorten: Granatina granatina granatina, Granatina g. retusus en Granatina g. siccatus.
Door DNA onderzoeken is de wetenschappelijke naam van de Granaatastrilde pas gewijzigd. Voorheen waren deze vogels ingedeeld bij de Blauwborstastrilden als Uraeginthus granatina.
Herkomst: Z. Angola, W. Zambia, N.O. Botswana, het noorden van Zuid-Afrika en Mozambique.
Grootte: 14 cm. Hiervan komt 6 cm voor rekening van de staart.



Als voeding geven wij de granaatastrilden een goede kwaliteit tropenmengsel en wat insecten. Zo nu en dan eivoer.
Van de Granaatastrilden bezit ik enkele koppels natuurbroed vogels van 2007. De paartjes zijn nu in rust.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Granatina ianthinogaster
Purpergranaatastrilde

Ondersoorten: geen.
Herkomst: Somalië, O. en Z. Ethiopië, W. Oeganda, Kenia en N. C. Tanzania.
Grootte: circa 14 cm, waarvan een groot deel voor rekening komt van de staart.



Als voeding geven wij de granaatastrilden een goede kwaliteit tropenmengsel en wat insecten. Zo nu en dan eivoer.
Afgelopen jaar verschillende jongen gekweekt. Nu geen kweekactiviteiten.

Opnamen zijn gemaakt in 2007.



jongen 21 dagen oud jongen 32 dagen oud


-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hypargos margaritatus
Roze druppelastrilde (Parelastrilde)

Ondersoorten: geen.
Herkomst: Z. Mozambique, O. Zimbabwe en O. Zuid-Afrika
Grootte: 12 cm



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel.Zo nu en dan wat eivoer.

Van de 3 koppels heeft 1 koppel eitjes, een ander koppel had een onbevrucht legsel. Het derde koppel heeft het nest gereed.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Hypargos niveoguttatus
Rode druppelastrilde

Ondersoorten: Hypargos niveoguttatus niveoguttatus, Hypargos n. centralis, Hypargos n. idius, Hypargos n. interior en Hypargos n.macrospilotus.
Herkomst: Kenia, Tanzania, Rwanda, Burundi, Mozambique, Malawi, Zimbabwe, Z.W. Dem. Repl. Congo (Zaïre), Zambia en Angola.
Grootte: 12-13 cm.



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel.Zo nu en dan wat eivoer.

Prachtige vogels, die men helaas niet met meerdere exemplaren in een kooi kan houden.
Er zitten 2 koppels te broeden, het derde koppel heeft het nest gereed.

Op de foto hieronder van links naar rechts: 2 jonge Rode druppelastrilden, 3 jonge Roze druppelastrilden en een oude pop rode druppel. Deze Roze druppelastrilden zijn door de Rode druppels grootgebracht.



-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Mandingoa nitidula schlegeli
Schlegelgroene druppelastrilde

De Schlegelgroene druppelastrilde is een ondersoort van de Groene druppelastrilde Mandingoa nitidula.

Herkomst: Sierra Leone, Liberia, het zuidelijke deel van Ivoorkust, Ghana, Togo, Benin, Nigeria en Kameroen, Congo, Dem. Repl. Congo (Zaïre), N. Angola, Oeganda en N. Tanzania.
Grootte: 11 cm



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel.Zo nu en dan wat eivoer.

Deze vogels kan men prima in een gezelschapsvoliere houden. Ben weer in het gelukkige bezit van een koppel Schlegelgroene druppelastrilden. De man is import, het popje is nakweek 2007. De vogels zitten in een binnenvoliere, begroeid met wat tropische planten, maar vertonen nog geen broedactiviteiten.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Ortygospiza atricollis
Patrijsastrilde

Ondersoorten: Ortygospiza atricollis atricollis, Ortygospiza a.ansorgei en Ortygospiza a. ugandae.
De soort met een wit gezicht noemt men Kwartelastrilden.
Herkomst: Z.W. Mauritanië, Senegal, Gambia, Z. Mali, Tsjaad, Burkina Faso, Z. Niger, Nigeria, Guinee Bissau, Guinee, Sierra Leone, Liberia, Z.O. Soedan, Oeganda en W. Kenia.
Grootte: 10 cm.



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel en regelmatig wat insecten. Zo nu en dan wat eivoer.

Ik had een paartje Patrijsastrilden, maar de pop is inmiddels overleden. Je moet er wel aan wennen. Ze scharrelen altijd op de grond en je treft ze zelden hoger aan. Het zijn vrij zenuwachtige vogeltjes die bij de geringste aanleiding opvliegen en een eindje verder weer op de bodem ploffen. Als ik iemand met de man een plezier kan doen...

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Pytilia afra
Wienerastrilde

Ondersoorten: geen.
Herkomst: Angola, Congo, Z. Dem. Rep. Congo (Zaïre), Oeganda, Z. Soedan, Ethiopië, Kenia, Tanzania, Zambia, Malawi, Zimbabwe, Mozambique en N.O. Zuid-Afrika.
Grootte: 12 cm.



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel. Zo nu en dan wat eivoer.

Deze vogels kan men prima in een gezelschapsvoliere houden. Ik heb nu meerdere paren natuurbroed Wienerastrilden. Er wordt volop gebroed. De eerste jongen zitten reeds op stok.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Pytilia melba
Melba-astrilde

Ondersoorten: Pytilia melba melba, Pytylia m. belli, Pytilia m. hygrophila, Pytilia m. jessei, Pytilia m. percivalli, Pytilia m. citerior, Pytilia m. soudanensis.
Herkomst: Dem. Repl. Congo (Zaïre), Kenia, Tanzania, Mozambique en N. Zuid-Afrika, W. Oeganda, Malawi. N. Zambia, Kustgebied Soedan, Eritrea en N.W. Somalië. Senegal, Z. Mali, Burkina Faso, Z. Niger, N. Nigeria, N. Kameroen, Z. Tsjaad, Z.O. Soedan, Ethiopië.
Grootte: 12-13 cm.



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel. Zo nu en dan wat eivoer. Tijdens het grootbengen van de jongen is levend voer noodzakelijk.

Schuwe en teruggetrokken levende vogels. Ze houden zich in de vrije natuur meestal op als paartjes of kleine familieverbanden. Ze bivakkeren vaak op de grond en in doornig struikgewas dicht bij de grond. Vliegen is niet hun grootste hobby. Soms vliegen ze tussendoor kleine stukjes om dan direct weer te landen.
Sinds de grenzen in de EEG gesloten zijn voor exoten, gaat het bestand van sommige soorten hard achteruit. Ik heb een paar koppeltjes en probeer de soort voor de avicultuur in stand te houden. Het zijn moeilijke vogels om natuurbroed mee te kweken.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Pytilia phoenicoptera
Aurora-astrilde

Ondersoorten: Pytilia phoenicoptera phoenicoptera en Pytilia p. emini.
Herkomst: Senegal, Gambia, Guinee Bissau, Z. Tsjaad, Mali, Guinee, N. Ivoorkust, Z. Burkina Faso, Ghana, Togo, Benin, Nigeria, Kameroen, Centraal-Afrika, Soedan en Oeganda.
Grootte: 12 cm.


Foto's: Pieter van den Hooven.


Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel. Zo nu en dan wat eivoer.

Deze vogels kan men prima in een gezelschapsvoliere houden.
Ik heb 2 mannen gekoppeld aan 2 poppen van de Roodmaskerastrilde. Deze 2 soorten leven in de vrije natuur in dezelfde habitiat. De mengvorm, die ook in de vrije natuur voorkomt, noemen wij Roodvleugel/roodmaskerastrilden. Afgelopen jaar hiervan 2 jongen gekweekt. Een van de jongen is een man (zie verderop). Deze heb ik nu gekoppeld aan een Aurora-astrilde pop.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Pytilia hypogrammica
Roodmaskerastrilde

Ondersoorten: Deze soort heeft tegenwoordig formeel geen ondersoorten. In mijn boek PRACHTVINKEN IN BEELD heb ik de vroegere ondersoort Pytilia h. lopezi weer ingevoerd.
Herkomst: Sierra Leone, Liberia, Z. Guinee, Ivoorkust, Ghana, Togo, Benin, Z. Nigeria, C. Kameroen en W. Centraal-Afrika.
Grootte: 11 cm.



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel.Zo nu en dan wat eivoer.

Deze vogels kan men prima in een gezelschapsvoliere houden. Ik heb enkele paartjes Roodmaskerastrilden zitten. De vogels zijn net weer gekoppeld.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Pytilia hypogrammica lopezi
Roodvleugel/roodmaskerastrilde



Deze vogel wordt in de nomenclatuur niet als apparte ondersoort beschreven. In oude beschrijvingen wordt hij als Pytylia lopezi omschreven. Om verwarring met de geelvleugelige Roodmaskerastrilde te voorkomen heb ik deze vogel in mijn boek "PRACHTVINKEN IN BEELD" als ondersoort opgevoerd met als naam Pytilia hypogrammica lopezi.

De Roodvleugel/roodmaskerastrilde komt ook in het wild voor en leeft in hetzelfde leefgebied als de Roodmaskerastrilde. De Aurora-astrilde leeft in een aangrenzend gebied. Omdat de Aurora-astrilde rode vleugeldekken heeft, ligt het voor de hand te veronderstellen dat deze kruising hier is ontstaan.

De jonge vogel zoals hier afgebeeld, is een kruising zoals hier beschreven. Hij is bij mij gefokt uit een Aurora-astrilde man en een Roodmaskerastrilde pop. Jonge poppen lijken op Aurora poppen, ze zijn alleen wat grijzer.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Estrild paludicola
Moerasastrilde

Ondersoorten: Estrilda paludicola paludicola, Estrilda p.benguellensis, Estrilda p. marwhitezi, Estrilda p. ochrogaster, EStrilda p. roseicrissa en EStrilda p. ruthae.
Herkomst: Ethiopië, Congo, Dem. Repl. Congo (Zaïre), Oeganda, Soedan, Kenia, Tanzania en Zambia.
Grootte: 8 cm.



Voeding: Goede kwaliteit tropenmengsel. Eivoer en insecten worden nauwelijks aangeroerd.

Deze vogels kan men prima in een gezelschapsvoliere houden. Een koppeltje Moerasastrilden zit nu in een broedkooi van 100x50x50 cm. Het is de ondersoort Estrilda paludicola roseicrissa. Dit koppel heeft vorig jaar wel eitjes gelegd, maar heeft niet gebroed. Tot nog toe wordt geen aanstalten gemaakt te gaan nestelen. Verder heb ik nog 2 mannen zitten. Deze zijn geringd 2005 en 2006.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Coccopygia quartinia
Geelbuikastrilde (Abessijnse groene astrilde)

Ondersoorten: Coccopygia quartinia quartinia, Coccopygia q.kilimensis, Coccopygia q.stuartirwini.
Herkomst: Ethiopië, Eritrea, Soedan, Dem. Rep. Congo, Oeganda, Kenia, Tanzania, Malawi, Zambia en Zimbabwe.
Grootte: 8-9 cm.



Voeding: Graszaden en andere fijne zaden. Verder nu en dan eivoer en dierlijke voeding tijdens het grootbrengen van de jongen.

Geelbuikastrilden leven in paartjes of kleine familieverbanden. Soms zijn ze, samen met andere kleine soorten, in grotere aantallen op zoek naar voedsel. Het eten gebeurt zeer schielijk. Ze zijn steeds op hun hoede en schieten bij onraad onmiddellijk in de begroeiing.
Er zijn helaas niet meer veel van deze soort in de avicultuur te vinden. De vogels zijn moeilijk in leven te houden. Kennelijk missen ze vitale bouwstoffen in de voeding.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Pyrenestus ostrinus sanguineus
Karmozijnastrilde

Ondersoorten: Pyrenestus sanguineus sanguineus, Pyrenestus s.coccineus
Herkomst: Z. Senegal, Gambia, Guinee Bissau, Guinee, Sierra Leone, Liberia en Ivoorkust.
Grootte: 13-14 cm.



Voedsel: Er is weinig bekend over de eetgewoonten van deze vogels. Ze hebben een vrij kort darmenstelsel waaruit men mag concluderen dat het voedsel snel verteerbaar moet zijn. Ik geef een mengsel van tropenzaad, gepelde gebroken haver, paddy en onkruidzaden, aangevuld met nu en dan eivoer, gewelde zaden en enkele pinkies.

Deze vogels kan men prima in een gezelschapsvoliere houden. Ik heb nog 1 koppel Karmozijnastrilden, van een collega kweker heb ik een nakweek pop gekregen. Er zijn nog maar enkele koppeltjes in Nederland. Hopelijk kunnen wij de soort in stand houden.
Het klikt kennelijk tussen beide vogels. De man heeft een nest gemaakt. Nu maar hopen dat het de pop aanstaat. Het is nu vooral oppassen dat de man niet te hard op de pop gaat jagen. Ik heb zo al vaker poppen verspeeld.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Erythrura coloria
Coloria papegaai-amadine (Veelkleuren papegaai-amadine)

Ondersoorten: Geen.
Herkomst: Mount Katlangad en Mount Apo op het eiland Mindanao (Filipijnen).
Grootte: 10 cm.



Voeding: De voeding bestaat uit fijne graszaden, bamboezaden, herbaceouszaden en verder kleine onkruidzaden.

Er is niet veel bekend over deze vogeltjes omdat ze in de vrije natuur een teruggetrokken leven leiden en in het struikgewas verdwijnen als men in de buurt komt. De vogels zijn vrij schuw en vliegen onrustig heen en weer als ze bespied worden. Gezien het aanbod is dit niet de gemakkelijkste soort om mee te kweken.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Erythrura tricolor
Forbes papegaai-amadine

Ondersoorten: Geen.
Herkomst: Oostelijke kleine Sunda-eilanden Timor, Wetar, Damar, Babar, en Tanimbar in Indonesië.
Grootte: 10 cm.



Voeding: Allerlei soorten graszaden en herbaceouszaden. In gevangenschap worden ook fijne tropenzaden gegeten.

Forbessen zijn zenuwachtige vogeltjes die bij het minste onraad verdwijnen. Ook in de kooi zullen ze nooit rustig op de stok zitten. Een van de mooiste papegaai-amadines, die in zijn habitat nog nauwelijks wordt gevonden. Ze worden echter in voldoende mate gekweekt om er in de avicultuur plezier aan te beleven.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lonchura castaneothorax sharpii
Dwergrietvink

De Dwergrietvink is een ondersoort van de Bruinborstrietvink. Totaal zijn er 6 ondersoorten.

Herkomst: Noordelijk Nieuw Guinea en het eiland Manam.

Grootte: 9 cm.


Foto: Tony Jochem


Voeding: Een goede kwaliteit tropenmengsel, aangevuld met gepelde, gebroken haver en paddy.Verder nu en dan eivoer.

Een van de mooiste rietvinken is de Dwergrietvink. Met zijn zilverkleurige hoofdtooi ziet hij er zeer gedistingneerd uit. Deze soort is slechts 9 cm. groot en daarmee de kleinste rietvink. Het zijn kolonievogels en ze zoeken altijd gezelschap bij soortgenoten. Ik heb, hopelijk, enkele koppels. Eén koppel heeft inmiddels eitjes.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lonchura pallida
Bleekkopnon

Ondersoorten: Deze soort heeft geen ondersoorten, wel een geografische variëteit.
Herkomst: Sulawesi, enkele eilanden in de Floreszee en een deel van de Kleine Sunda-eilanden.
Grootte: 12 cm.



Voeding: Een goede kwaliteit tropenmengsel, aangevuld met gepelde, gebroken haver en paddy. Verder nu en dan eivoer.

In de rusttijd leven ze paarsgewijs of in kleine familieverbanden. Als de jongen vlug zijn trekken ze, samen met andere lonchura's, langs de rijstvelden om te "helpen" met de oogst. Ik heb enkele koppeltjes die net beginnen te nestelen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lonchura nevermanni
Witschedelnon

Ondersoorten: geen.
Herkomst: Zuid centraal Nieuw Guinea.
Grootte: 11 cm.



Voeding: Een goede kwaliteit tropenmengsel, aangevuld met gepelde, gebroken haver en paddy. Verder nu en dan eivoer.

De Witschedelnonnen leven in paartjes of kleine kolonies, vaak samen met Hadesnonnen, waaraan ze nauw verwant zijn. Een koppel bevolkt mijn vogelverblijf.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lonchura flaviprimna
Gele rietvink

Ondersoorten: geen.
Herkomst: N. O. West Australië en W. Arnhemland Australië.
Grootte: 11 cm.



Voeding: Een goede kwaliteit tropenmengsel, aangevuld met gepelde, gebroken haver en paddy. Verder nu en dan eivoer.

De Gele rietvink is een kolonievogel. Door de hoge prijzen die voor deze vogels worden gevraagd is er veel inteelt gepleegd, wat de kwaliteit van de soort niet ten goede is gekomen. Geld vergoed veel, niet waar? Ik heb enkele koppels van deze soort. Ook enkele mannen over, die geruild kunnen worden.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lonchura spectabilis
Prachtnon

Ondersoorten: Lonchura spectabilis spectabilis, Lonchura s. gajduseki, Lonchura s. mayri, Lonchura s.sepikensis en Lonchura s.wahgiensis.
Herkomst: Nieuw Guinea en New Brittain (Bismarck archipel).
Grootte: 9-10 cm.


Foto: Pieter van den Hooven


Voeding: Een goede kwaliteit tropenmengsel, aangevuld met gepelde, gebroken haver en paddy. Verder nu en dan eivoer.

Prachtnonnen zijn, net als de meeste nonnen, koloniebroeders. Bij deze vogels is de borstkleur van de man meer cremekleurig dan van de pop.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lonchura malacca
Driekleurnon

Ondersoorten: Lonchura malacca malacca en Lonchura m. rubronigra.
Herkomst: India, Nepal en Sri Lanka.
Grootte: 11-12 cm.



Voeding: Een goede kwaliteit tropenmengsel, aangevuld met gepelde, gebroken haver en paddy. Verder nu en dan eivoer.

Ik heb een aantal vogels kunnen bemachtigen die nog uit importvogels zijn gekweekt, waaronder ook een ondersoort L. m. rubroniga man. De vogels beginnen te nestelen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lonchura bicolor nigriceps
Bruinrug glansekstertje

Ondersoorten: L. b. nigriceps is een ondersoort van het Glansekstertje Lonchura bicolor.
Herkomst: Z. Somalië, C. en O. Kenia, Tanzania, Zambia, Zimbabwe, Botswana en N.O. Afrika.
Grootte: 9,5 cm.


Foto: Pieter van den Hooven


Voeding: Een goede kwaliteit tropenmengsel en nu en dan wat eivoer.

Omdat ze zo mooi getekend zijn heb ik ook enkele paartjes aangeschaft. In de volksmond worden ze Bruinrugekstertjes genoemd. Ik houd meerdere paartjes in een grote broedkooi. De vogels die ik heb zijn, ondanks dat ze klein zijn, duivels bij andere lonchura's in een kooi. Zelfs een Rijstvogel is niet veilig voor de agressieviteit die ze aan de dag leggen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lonchura fuscata
Timor rijstvogel

Ondersoorten: geen.
Herkomst: De kleine Soenda eilanden Timor, Semau en Roti.
Grootte: 12 cm.



Voeding: Een goede kwaliteit tropenmengsel, aangevuld met gepelde, gebroken haver en paddy. Verder nu en dan eivoer.

 


© 2009 by Tony Jochem